Vroeger reed ik SP, een nuovo tipo uit 1983. Met dit trouwe werkpaard reed ik rond de zeventigduizend kilometer. In die jaren had de motor een belangrijke plek in mijn leven. Als vervoermiddel door weer en wind. Als hobby. Het onderhoud zag ik als een essentieel deel van het rijden en dus probeerde ik zoveel mogelijk zelf te doen, met begeleiding van Ed Pols of Lamers als meer kennis nodig was dan ik zelf had. Ik ging werken met de motor, op vakantie, met vriendin en tent naar Schotland en Italië.
Opeens belandde ik in het ziekenhuis. Toen ik vijf weken later weer buiten stond was mijn leven totaal veranderd. Ik kon het niet aanzien de SP werkeloos thuis te hebben staan. Hoe verschrikkelijk ik het ook vond, hij moest de deur uit.
Jaren gingen voorbij. Tegen alle prognoses in herstelde ik wat, ook mocht ik weer rijden. Hoewel het bleef knagen stond het eigenlijk vast: motorrijden zat er niet meer in.
Toen opeens zag ik de Magni te koop aangeboden bij Lamers in Nijmegen. Ik was niet meer te houden.
Hoe vaak zie je zo'n motor staan? Vrouw gek gezeurd. Geld geteld. Een proefrit gemaakt. Zeven jaar niet gereden en ik was bang gemaakt voor zowat alles, dus die proefrit viel helemaal niet mee. Ik kreeg nog een lekke band ook. De koop werd toch gesloten.
Volgens de papieren is mijn Arturo gemaakt in 1994, en heet hij eigenlijk Sfida. Waarschijnlijk zal in deze jaren voor beide fietsen hetzelfde frame en blok gebruikt zijn. Het motorblok en de versnellingsbak zijn van de Le Mans V afkomstig. Ze hangen in een chroom-molybdeen stalen buizenframe met een zwaar uitgevoerd balhoofd. De voorvork komt van Forcella Italia en heeft instelbare demping en een antiduiksysteem. De Parallelogrammo achtervork is al genoemd. De remmen zijn van Brembo, twee schijven voor, een achter en worden onafhankelijk van elkaar bediend. Kuip, zitje en tank refereren, net zoals de andere Magni's, aan de MV Agusta van vroeger datum. Rempompen, clip-ons, voetsteunen, schakelaars en dashboard zijn allemaal heel verzorgd. Het geheel weegt leeg zo'n 195 kilo, een stuk lichter dan de Le Mans V. Al met al een prachtige special.
Een vermogen van 85 PK bij 7500 toeren, maximaal koppel 82,6 Nm bij 6200: die motor moet dus draaien, al loopt hij ook al best bij 3000 toeren. Het is heerlijk om, wat verscholen achter dat ruitje, helemaal door de versnellingen heen te trekken, al gaat het dan binnen de kortste keren veel te hard: bij 170 hoef je nog niet in vijfde versnelling. Je zit laag in de motorfiets, benen opgevouwen, zeker met mijn lengte. Toch is de Arturo geen echte sportfiets: er kan zelfs iemand achterop, maar die (ze) moet dan wel erg Italiaans zijn. Als je bepakking wil sjorren valt dat niet mee. Vering, zadel en banden zijn behoorlijk hard. Dat sportieve heeft ook wel zijn nadelen, dat zal duidelijk zijn. De boel kan behoorlijk trillen, in één ruk naar Zuid-Frankrijk over de payage valt niet aan te raden. Maar wie wìl dat nu op een motorfiets die gemaakt is om te sturen over kronkelige wegen?
Eindelijk staat er weer een Guzzi bij me in huis. En niet zo maar een: dit is een Super Guzzi. En deze gaat niet meer weg.